Verslag | Met TRIBE naar Zuienkerke

De grote baan wordt vervangen door een slingerende weg, een wegversmalling luidt het dorp in, de huizen van verderop springen naar de rooilijn en Karl Catteeuw vecht nog gretig met de polderwind om de banner op te hangen: ‘Hoe kijk jij naar Zuienkerke als dorp?’. We zijn met TRIBE op 3 september in Zuienkerke, waar Karl Catteeuw van de provincie West-Vlaanderen – en geëngageerd TRIBE-lid in 2024 – ons hartelijk ontvangt.

Verslag: Lotte Christiaens
Leestijd: 7 min
Foto's: Kelly Donckers

In het ontmoetingscentrum De Notelaar introduceert Karl het traject van ontwerpend onderzoek voor verschillende dorpen dat de Provincie West-Vlaanderen in 2020 initieerde. Dat traject – met de titel DNA van het dorp – werd opgestart met dezelfde vraag die ons vandaag naar Zuienkerke brengt: ‘Hoe kunnen we de ruimtelijke kwaliteit van onze dorpen waarborgen?’.

Karl Catteeuw - provincie West-Vlaanderen

Dorpen worden vandaag geboetseerd onder uiteenlopende invloeden. Beschermde dorpsgezichten grenzen aan verkavelingswijken, voorzieningen verdwijnen en de autoafhankelijkheid blijft groot. Bewonersaantallen dalen waardoor dorpen leeg kunnen aanvoelen, terwijl de sociale cohesie onder druk staat bij een groeiend aantal inwoners. Tegelijkertijd begrijpen we steeds meer dat een stedelijke lens het ontwerpvraagstuk niet leesbaarder maakt. DNA van het dorp zoekt terug naar de kern, waarbij ruimtelijke kwaliteit wordt begrepen als het beschermen van en voortbouwen op de eigenheid van het dorp. Het ontwerpend onderzoek mondt uit in een masterplan dat antwoorden biedt: hoe slim bouwen, het landschap omarmen, verkeersstromen verduurzamen en ontmoetingsplekken levendig houden.

Het daverende verkeer over de Nieuwe Steenweg doorheen de kern van Zuienkerke was de directe aanleiding voor het gemeentebestuur om van start te gaan met het traject DNA van het dorp. Terwijl Zuienkerke rust op de hoger gelegen gebieden van de historische slikken en schoren van de Oudlandpolder, springt Blankenberge aan de horizon omhoog als een muur die de zee uit de polders lijkt te weren. Toch dendert de nabijheid van de zee door de dorpskern, met vrachtverkeer dat grond vervoert van de nieuwe sluis in Zeebrugge richting Oostende. Zo navigeert Karl ons over een warme koffie doorheen Zuienkerke. Hij nodigt ons uit om het dorp vooral te lezen via zijn ontwikkelingsgeschiedenis en de connectie met het landschap.

Doorheen het Lindenhof komen we langs een knusse sociale woonwijk met toegang tot de groene speeltuin en de chiro. Een straat die door afkerende achterkanten als minst favoriete plek werd aangeduid door de bewoners van Zuienkerke, opent zich verderop aarzelend naar het weidse polderlandschap. Al blijft die toegang beperkt: de knotwilgen op het chiroterrein verhullen nauwelijks de metershoge omheining die de polders ontoegankelijk maakt. Terwijl Karl vertelt dat kinderen waterpartijen vragen en er wordt onderzocht of die kunnen worden aangelegd, kreunen de achterliggende polders intussen onder verdroging en verzilting.

Verderop stoppen we opnieuw aan de rand van het Lindenhof. Ditmaal aan akkers en weiden die in de verte uitzicht bieden op de historische poorthoeves die geleidelijk gerenoveerd worden tot rustieke villa’s. Omringd door historische gras- en weilanden wordt in Zuienkerke normaal geen woonuitbreidingsgebied meer voorzien. Toch wordt Zuienkerke gekenmerkt door een hoge vastgoeddynamiek en is ze goed uitgerust met een Hoppin-punt, basisschool, sporthal, café/restaurant, kruidenier en bakkerij. Daarom werd gekozen voor planologische ruil: Zuienkerke neemt enkele sociale objectieven over van omliggende dorpen met minder voorzieningen. Zo kan er een nieuwe sociale lob ontwikkeld worden, terwijl elders open ruimte wordt gevrijwaard. Het dorp maakt daarmee ruimte voor meer huishoudens, ondanks een lichte daling in bewonersaantal. De kleinere huishoudens zorgen voor een groeiende vraag naar compact wonen, in een context waar ‘verappartementiseren’ als een scheldwoord klinkt. De beschermde dorpsgezichten bewaken de kern, terwijl de nieuwe sociale lob de ontwerpopgave omarmt. Het ideaal van een grondgebonden woning leeft ook aan de andere kant van Zuienkerke. Waar nu nog oogstklare maïs staat, zal binnenkort bouwgrond ontstaan die plaatsmaakt voor een nieuwe verkaveling. Het spijtige verlies van open ruimte is moeilijk bespreekbaar uit vrees voor de economische verliezen van de ontwikkelaar, die hier al veel heeft geïnvesteerd.

Naast dit maïsveld ligt een onwaarschijnlijke geliefde plek van de inwoners: de geasfalteerde parking achter het gemeentehuis. Handig voor auto’s en campers, vlak bij de voorzieningen en met uitzicht op de polders en Blankenberge in de verte. Aan de rand voel je hoe het dorp wordt afgesneden van het landschap. Het contrast met de Kempen – waar veel deelnemers van de TRIBE vandaan komen – is groot. Daar vloeien de meeste dorpen uit in de omgeving en wordt het landschap als publiek toegankelijk groen naar binnen getrokken. In de natte, gure polders is dat veel minder vanzelfsprekend. Hier ligt het dorp naar binnen gekeerd op de hogere gronden, beschut tegen de polderwind. Bij het standbeeld van De Ploeg schuiven inwoners een stoel bij elkaar om te keuvelen onder drie bomen. Toegankelijk groen is eerder schaars.

Het masterplan – dat in 2023 werd opgemaakt door Maat-ontwerpers in opdracht van de gemeente, de provincie, departement Omgeving en de Vlaamse Landmaatschappij – stelt daarom het groene ‘dorpsommetje’ voor. Een wandelpad rond het dorp vormt een ontmoetingsruimte voor zowel de inwoners onderling als de historische dorpsstructuur en de omliggende polders. Terwijl er aan De Ploeg gekeuveld wordt, nodigt het dorpsommetje uit tot bewegen. Een trage weg die het dorp verbindt met de omgeving en waarlangs kinderen veilig naar school kunnen gaan. Zo leidt het Kruiwagenpad de inwoners richting Houthave. De historische Blankenbergse dijk aan de andere kant van de dorpskern verbindt Zuienkerke met Blankenberge en Brugge. Hoewel ze de mensen de polders intrekt, functioneert ze vooral als doorgangsweg, met weinig ruimte voor ontmoeting.

Terug in De Notelaar blikken we vooruit. Karl en Leona Vercleyen van Maat-ontwerpers lichten het proces toe. Na tien maanden van analyse, participatie en ontwerp werd het masterplan gepubliceerd. Deze analyse betrof een brede studie van het dorp, zoals haar ontwikkelingsgeschiedenis, ligging, demografische tendensen enzovoort. Sterk is de mate waarin de inwoners werden bevraagd over hoe ze in het dorp leven. Na een kick-off ontvingen ze wandelkaarten in de brievenbus waarop ze favoriete en minst favoriete plekken konden aanduiden, ontmoetingsplaatsen konden markeren en ideeën konden noteren. Jobstudenten gingen huis aan huis en aan standbeeld De Ploeg werden extra verhalen verzameld. Ook sleutelfiguren uit het dorp werden geïnterviewd. Zo leverden honderd kaarten een bewonerslens voor de analyse.

Vier perspectieven werden uitgewerkt tot toekomststrategieën en vormden het startpunt voor de ontwerpweek. Het hele ontwerpteam verbleef toen in De Notelaar. Terwijl zij zich onderdompelden in het dorp, kon het dorp zich onderdompelen in de ontwerpopgave. Gesprekken met dorpsmakers – van groendienst tot schepenen en polderbeheerders – boden ruimte voor ideeën, vertrouwen en toevallige ontmoetingen. Die gesprekken waren informeel, maar vooral ook strategisch. Dankzij de eerder uitgetekende ontwerpstrategieën lag er voer voor debat, niet om de ‘beste’ versie te kiezen, maar om samen richting te zoeken. Je gaat immers makkelijker in gesprek over ideeën die op tafel liggen. Op het einde van de intense week werd een draft van de ideeën voorgesteld aan de gemeenteraad. In januari 2024 werd het masterplan gepubliceerd. Het bevat naast analyse ook kwalitatieve richtingen en concrete actieplannen, zoals het dorpsommetje, waarbij verschillende actoren een rol spelen.

In de namiddag slurpen we van de gemeentekoffie met het mooiste uitzicht van het dorp, vanuit de vergaderzaal in het gemeentehuis. Achter de grote ramen ligt de Oudlandpolder, die af en toe door het regengordijn schemert, met Blankenberge in de verte . In de hal staat een maquette die je oriënteert doorheen de actieplannen, zoals de zes landschapsstrategieën. Wim en Wim sluiten zich samen met burgemeester Annelies Dewulf bij ons aan om over hun ervaringen te vertellen. Wim Van Isacker van de Vlaamse Landmaatschappij was, vanuit landschapsprojecten in het omliggende polderlandschap, betrokken bij het masterplan voor Zuienkerke en Houtave. Met de polders als ingenieur-landschap bemiddelt hij het waterbeheer tussen landbouw en natuur. Wim Moyaert van de huisvestingsmaatschappij Zetus staat mee in voor het beheer van het Lindenhof en de ontwikkeling van de nieuwe sociale wijk.

Leona Vercleyen - Maat-ontwerpers

Annelies vertelt hoe Zuienkerke vandaag aan de slag kan met het DNA-masterplan. In amper tien maanden groeide dit traject uit tot een actueel werkdocument dat nog steeds sterk leeft bij de inwoners. Voor één dag per week leent Zuienkerke een omgevingsambtenaar van Blankenberge, die het DNA van het dorp gretig oppakt als leidraad voor de korte, middellange en lange termijn. Het is bovendien waardevol dat de studie werd uitgevoerd door een onafhankelijk bureau, dat de verschillende partners rond de tafel bracht en hun perspectieven verweefde in een masterplan waarin iedereen zich herkent.

Annelies Dewulf - burgemeester Zuienkerke
Wim Moyaert - sociale huisvestingsmaatschappij Zetus
Wim Van Isacker - Vlaams Landmaatschappij

Belangrijk blijft de nazorg eens het masterplan is opgeleverd. Dat wordt mooi geïllustreerd door het ‘dorpsommetje’, een idee dat uit het traject is voortgekomen: een trage weg rond het dorp die de verbinding met het landschap herstelt, ruimte biedt voor ontmoeting en een veilig alternatief vormt voor de Nieuwe Steenweg. Op papier oogt dit veelbelovend, maar de uitvoering blijkt weerbarstig en technisch complex. Omdat de realisatie afhangt van private grondeigenaars, wordt het voor het lokale bestuur een zoektocht naar geschikte instrumenten. Het DNA van het dorp geeft richting en vormt een gewenste beleidsontwikkeling, maar mist een juridische basis. Nazorg krijgt daarom vorm in een duurzame samenwerking met de actoren die betrokken waren bij het ontwerpend onderzoek. Hun expertise en betrokkenheid kunnen de slagkracht van het bestuur aanvullen. Terwijl de gemeente bijvoorbeeld onderhandelt om een deel van een private tuin aan te kopen voor de realisatie van het dorpsommetje, kan de Vlaamse Landmaatschappij tegelijkertijd een grondruil bespreken voor een aanpalende weide. Zo ontstaan nieuwe mogelijkheden. Dankzij de betrokkenheid van diverse partners bij het opstellen van de actieplannen, wordt de capaciteit voor de realisatie ervan verhoogd.

Moeten we dan voor alle Vlaamse dorpen een DNA-traject doorlopen en een masterplan opstellen? Het traject hangt vandaag grotendeels af van de welwillendheid van de provincie en van lokale besturen die zich vrijwillig aanmelden. Zulke trajecten trekken doorgaans de ‘beste van de klas’ aan: gemeentebesturen die zich al inzetten voor ruimtelijke kwaliteit. Een verdere opschaling naar andere regio’s zou wijzen op een groeiende aandacht voor onze dorpen, maar een masterplan voor alle Vlaamse dorpen is weinig realistisch. West-Vlaanderen alleen al telt meer dan 200 dorpen. Daarom worden de masterplannen online gepubliceerd, zodat zowel inwoners als andere besturen ze kunnen raadplegen en gebruiken bij gedeelde uitdagingen.