Collectief werken in Egelsvennen

Werksessie 2 - Wijkmotor Egelsvennen

VERSLAG - Dinsdag 14 juni verzamelden we voor de tweede werksessie aan de afgewerkte proefwoning, gelegen in Egelsvennen nummer 51. Na een rondleiding door de woning trokken we naar een zaaltje in de buurt voor het vervolg van de werksessie. Deze werksessie had een dubbel doel: enerzijds het inventariseren van concrete projecten waarrond er collectief kan worden gewerkt in de wijk. Anderzijds een gezamenlijk beeld vormen van opportuniteiten op de middellange en lange termijn waarop ingezet kan worden en het in kaart brengen van de rollen die kunnen opgenomen worden door een wijkcollectief.

Tekst: Lucas Desmet
Leestijd: 12 minuten

In 2018 ging AR-TUR in het Kempenlab Wijkrenovatie aan de slag rond het vraagstuk van het kwalitatief verduurzamen van modernistische woonwijken. Drie jaar later werd besloten om het model van de Wijkmotor te beproeven in de praktijk in Egelsvennen in Mol, waarbij AR-TUR als een culturele wijkregisseur het project begeleidt. De eerste werksessie in maart van dit jaar focuste op het vraagstuk hoe we private eigenaars kunnen meenemen in de diepgaande renovatie van hun woning. Collectieve fondsen, inlichtingenfiches of zelfs een mogelijke energie- of woningcoöperatie werden toen onder andere besproken. Eveneens loopt in augustus de selectieprocedure onder toezicht van Team Vlaams Bouwmeester af waarmee een ontwerpteam wordt aangesteld dat een masterplan voor een integrale wijkrenovatie van Egelsvennen zal uitwerken. Het ontwerpteam wordt voor deze opdracht bijgestaan door de VMSW, de Molse Bouwmaatschappij en de gemeente Mol.

Proefwoning: Lessen en aandachtspunten voor renovatie door private eigenaars

Wannes Peeters van p.ed architecten en Erik Schoofs van de Molse Bouwmaatschappij leidden ons in twee groepen rond door de woning en lichtten het verloop van het renovatietraject toe. Wannes informeerde ons over de samenwerking met Els Van de Moortel (KULeuven), die de proefwoning als één van de cases bestudeerde in haar doctoraatsonderzoek over duurzame renovatie van sociale woningen in Vlaanderen. Zo werd bijvoorbeeld voor elk voorstel van een nieuwe wandopbouw grondig berekend wat de energetische en klimatologische impact zou zijn. Hieruit bleek dat het voordeliger was om het bestaand buitenspouwblad te laten staan, extra bij te isoleren aan de buitenkant en een nieuwe voorzetgevel te plaatsen. Enkel waar men de woning niet kon uitbreiden, werd het originele buitenspouwblad vervangen. Voor de voorzetgevel werd een nieuwe baksteen ontwikkeld in samenwerking met steenbakkerij Vandersanden en ook de betonnen prefabelementen werden nagemaakt. Tijdens de renovatie werd er eveneens bijgefundeerd, de vloeren werden uitgegraven, leidingen vervangen, en een lucht-water-warmtepomp geïnstalleerd, samen met een gasinstallatie voor sanitair warm water. De buitenunit van de warmtepomp werd op het dak geplaatst. Ook de indeling van de woningen is aangepast. Zo werd de originele buitendeur verplaatst (die door het opdikken van de gevel te klein werd), werd er een nieuwe inkomhal met berging gecreëerd, en werd de badkamer vergroot.

Belangrijk om te vermelden is dat de architecten zich bij het maken van keuzes rond renovatie lieten leiden door de ambitie om de woning zo veel mogelijk in ere te herstellen. Budget en de relatie van de woning met de omgeving werden in tweede instantie meegenomen in de besluitvorming. Nu rest de ontwerpers enkel nog de taak de ingrepen te analyseren (wat kost het meeste? wat heeft het meeste invloed? wat zijn de minimale ingrepen? …) en de stedenbouwkundige vraag van de woonkwaliteit van de woningen in relatie tot hun omgeving te beantwoorden.

Op het einde van de rondleiding in de proefwoning was er nog tijd voor discussie. De deelnemers inventariseerden welke punten verder te onderzoeken zijn zodat private eigenaars hun woning op een gelijkaardige manier zouden kunnen renoveren en welke pistes het ontwerpteam nog verder moet onderzoeken wanneer ze de vertaalslag maken naar renovatie door private eigenaars.

Een eerste punt was de nazorg in verband met het gebruik van de woning na renovatie. Het is essentieel dat de energiewinsten door de renovatie niet tenietgedaan worden door een verhoogd verbruik later, het zogenaamde reboundeffect. Energiewinsten gaan snel verloren wanneer bewoners bijvoorbeeld hun verwarming na de renovatie een paar graden hoger zetten, of ze hun ramen open laten staan om te ventileren. Zo kan men via nazorg de private eigenaars met data over hun energieverbruik bijvoorbeeld nudgen naar een verminderd verbruik. Belangrijk hier is om het privacy aspect rond persoonlijke (energie)data mee te nemen. Ook een formule waarbij mensen zélf hun verbruik documenteren kan helpen. Zeker wanneer ze daarbij bijvoorbeeld worden aangemoedigd door een ‘wijkwedstrijd’ om minder energie te verbruiken. Zo’n wedstrijd brengt niet alleen mensen samen rond energie via spel en vriendschappelijke competitie, maar helpt ook om mogelijke energiebesparingen - die vaak abstract zijn - beter te plaatsen. Zo kan je eigenaars meenemen in het renovatieverhaal door uit te leggen dat de wedstrijd X% bespaard heeft, maar dat de investering van het isoleren van de spouwmuur bijvoorbeeld dubbel zoveel zal besparen. Er ontstond consensus over het belang van mondelinge begeleiding van persoon tot persoon. Een zogenaamde ‘sterkhouder’ uit de wijk die zijn buren aanmoedigt en tips bijbrengt kan hierbij helpen.

Het ontzorgen van eigenaars, door na te denken over herhuisvesting tijdens de renovatie of het zoeken van premies en leningen, was een tweede punt. Ook de inlichtingenfiches voor de renovatie van private woningen die de Molse Bouwmaatschappij heeft opgemaakt naar aanleiding van de vorige sessie, kunnen verder uitgewerkt worden om private eigenaars te ontzorgen. De volgorde van de renovatie, mogelijk gekoppeld aan collectieve aankoopmomenten, en de mogelijke (energie)winst van de ingrepen, zijn belangrijke zaken om in de fiches mee te nemen. Zoals in de vorige werksessie aangehaald is, is het wel moeilijk te beloven in welke mate de energiefactuur zal dalen, aangezien dit afhankelijk is van veel factoren, zoals energieprijzen, woongedrag, weersomstandigheden …

Een derde aandachtspunt betrof het collectieve energieverhaal voor de private eigenaars. Hoe kunnen deze bijvoorbeeld aansluiten op collectieve zonnepanelen of een mogelijk warmtenet? Het lijkt interessant om de geplande studie voor de renovatie van de huurwoningen aan te vullen met een haalbaarheidsonderzoek met betrekking tot de renovatie van de private woningen. Een belangrijke vraag daarbij is wie de kosten daarvan op zich wil nemen.

Tot slot formuleerden de deelnemers nog aandachtspunten voor de architectuur van de proefwoning. Het dakdetail van de betonnen ringbalk kreeg hierbij bijzondere aandacht. Door extra dakisolatie te voorzien is het dakpakket opgedikt, waardoor het nieuwe dak boven de oorspronkelijke ringbalk uitsteekt. Om zo weinig mogelijk op te vallen en de aandacht op de originele ringbalk te blijven vestigen, werd het dakpakket nu afgewerkt met een wit dakprofiel. Een zwart dakprofiel zou een nieuwe lijn in de gevel creëren die te veel afleidt, aldus de architecten. Toch waren vele deelnemers nog niet helemaal overtuigd van het huidig detail. Zo werd gesuggereerd dat een zinken dakranddetail dat de lucht meer weerkaatst, mogelijks de betonbalk beter in zijn originele waarde zou laten. Ook de kleur van het buitenschrijnwerk maakte nog wat reacties los. Sommigen ervoeren de kleur als te groen wanneer de zon erop scheen, en te donker in de schaduw. De aan te stellen ontwerpers kunnen deze details nog verder onderzoeken.

Opportuniteiten voor coöperatief werken in de wijk

Eenmaal aangekomen in het zaaltje aan de Postelarenweg, brainstormden de deelnemers in duo’s over mogelijke collectieve acties in de wijk voor en door wijkbewoners. Voor welke zaken is het interessant dat de bewoners in de wijk en/of andere stakeholders samenwerken? Welke zaken kunnen we in de wijk samen aanpakken om het leven en samenleven in de wijk aangenamer te maken? De deelnemers schreven alle ideeën en acties op post-its en ordenden ze op een continuüm van informeel (laagdrempelig, weinig officiële instanties) naar formeel (veel betrokken officiële instanties).

Mogelijke collectieve acties zijn bijvoorbeeld: een buurtfeest, een gemeenschapslokaal of ontmoetingsplek, samen tuinieren of de buitenruimte beheren, auto’s of fietsen delen, gereedschap en klusjes uitwisselen, een ‘wijkinfobord’, waterrecuperatie, collectieve energieopwekking… Een voorwaarde voor elk collectief idee is dat iedereen moet meekunnen, en dat het dus niet te ingewikkeld of technologisch mag zijn. Tijdens de brainstorm bleek dat een idee vaak van een informele naar een meer formele variant overgaat naargelang de fase waarin het idee zich bevindt of de wijze waarop het wordt uitgewerkt. Zo kunnen bijvoorbeeld buren informeel hun auto onderling uitwisselen, eventueel ondersteund met formele afspraken en een extern platform zoals Cosycar. Nog formeler kunnen deelauto’s via een app en een externe private partner gedeeld worden, zoals Cambio of Partago.

Nadien werd er gepolst welke initiatieven waardevol zijn om op korte of middellange termijn uit te werken in de wijk of te verkennen voor de wijk. In deze eerste woordenwolk van ideeën onderscheidden de deelnemers vijf grote thema’s. Dit zijn mogelijke thema’s die het ontwerpteam en het wijkcollectief verder kunnen onderzoeken om meerwaarde voor Egelsvennen te creëren.

  1. Diensten, materialen, klussen (Erik Schoofs, Lotte Vreys, Ruth Vermoesen)
    Gereedschap delen, klusjesdienst, uitleendienst, infobord…
  2. Ontzorgen (Mia Belmans, Els Van de moortel, Emily Haest, Liesbeth Pelckmans)
    Collectieve aankopen, inlichtingenfiches, begeleiden groepsaankopen, collectieve bouwaanvraag, (erfgoed)leningen, begeleiden na uitvoering, collectief materialendepot
  3. Wij(k)gevoel (Karina Van Herck, Leen Apers, Lieve Vereycken, Anneleen Baptist)
    Fotoalbum, facebookgroep, plakbord, wijkfeest, vereniging, infobord, gemeenschapslokaal, fietsenstalling, afvalcontainers, (energie)coöperatie
  4. Energie (woning, auto, fiets…) (Luc Stijnen, Jef Paulussen, Hugo Meeus, Emmy Verbraeken)
    Deelmobiliteit (formeel en informeel), laadpalen, data-infrastructuur, collectieve energieopwekking
  5. Groen en buitenruimte (Martijn Willems, Marie Swyzen, Caroline Daemen)
    Bankjes, samen groen beheren, biodiversiteit bevorderen, speelpleinen en sportactiviteiten, waterrecuperatie

Slaagkansen voor een wijkcollectief

Stel dat we willen starten met het samen uitwerken van één van deze ideeën in Egelsvennen, wie moeten we dan engageren? Dat was de vraag waarmee we de werksessie afsloten. Per idee werd in kleine groep nagedacht wie we willen/kunnen/moeten betrekken bij het collectief. Wie moet nauw worden betrokken, wie meer vanop een afstand? Wat kan de samenwerking tussen deze partners ondersteunen en wat kan de samenwerking hypothekeren? Hieronder zijn vijf ‘netwerkradars’ toegevoegd per thema. Deze tonen de betrokken actoren, soms al geclusterd per idee, binnen een thema. Deze kunnen door het gekozen ontwerpteam voor het masterplan gebruikt worden om verdere collectieve acties rond deze thema’s vorm te geven.

Naar een wijkcollectief in Egelsvennen

Deze werksessie was een tweede stap richting een wijkcollectief in Egelsvennen. Naast vele ideeën en inzichten, borrelden ook nieuwe vragen op die we verder willen onderzoeken: hoe om te gaan met het monitoren van energiedata, hoe een financieringsmodel van het wijkcollectief opzetten, hoe energieopwekking in de publieke ruimte voorzien en hoe de overheden meekrijgen om het wetgevend kader en instrumenten aan te passen om een energietransitie mogelijk te maken. Ook het ontwerpen van een collectieve aanpak tijdens het renovatieproces met graduele stappen staat nog op het verlanglijstje. Hierbij kan bijkomend een materialendepot met bijvoorbeeld raamprofielen van het aangewezen type en kleur of met gerecupereerde materialen zoals de bakstenen een handige ondersteuning zijn voor private eigenaars.

Aan enthousiasme en engagement om een wijkcollectief te vormen en collectief de schouders te zetten onder het verduurzamen van Egelsvennen ontbrak het alvast niet. Met een lijst van acties waarrond collectief kan worden gewerkt in de wijk en een lijst van rollen voor een toekomstig wijkcollectief, sloot deze werksessie af. Er zijn veel opportuniteiten te ontwikkelen, en er is nog veel werk aan de winkel waarbij samenwerking noodzakelijk is om zo’n project te doen slagen. De volgende en laatste werksessie staat gepland 14 september, waar de werkwijze voor het ontwikkelen van een masterplan voor Egelsvennen samen met het gekozen ontwerpteam zal worden voorgesteld. Ook de financiële aspecten van de wijkrenovatie komen dan aan bod zodat alle betrokkenen verder kunnen evolueren richting een werkend wijkmodel.